De witte Aboriginal

Vandaag wil ik het graag hebben over de witte Aboriginal. Dit is het koosnaampje dat ik voor haar heb bedacht naar aanleiding van de film Down to Earth, waarin een Aboriginal vrouw in beeld wordt gebracht, die haar leven wijdt aan het opvoeden van ontspoorde jongeren, in de natuur waar haar volk vroeger leefde. Ze hebben iets gemeen. Alleen is de witte Aboriginal dus hoogblond met sproetjes.

Ik leerde haar zo’n 3 jaar geleden kennen op een bijeenkomst van Freya waar ik een lezing gaf. Ze viel me meteen op, omdat ze zo open en eerlijk durfde te vertellen over haar verdriet en strijd. Geen masker. Geen franje. Geen poppenkast. Maar ook géén bitterheid. Geen vingerwijzen. Geen slachtofferrol. Gewoon intens verdrietig om hoe het was.

Achter dat verdriet zag ik haar vuur. Haar kracht. Haar wijsheid. En haar enorm grote hart, met zoveel liefde erin. Ze liet me niet los en we wisselden berichtjes uit. Na een tijdje kwam ze bij mij op yoga. Na nog een tijdje ging ze mee op mijn eerste retreat. En toen ik wat minder vaak in Nederland was, schreef ze me af en toe een update per mail of een kort berichtje via Whatsapp over het traject waarin ze zat en wat dat met haar deed.

Ik heb haar in een heel kwetsbare situatie leren kennen. Nooit sloot ze zich af voor de soms pittige emoties die zich aandienden. Nooit wees ze iets af wat ik bedacht, hoe vreemd de yogahouding, oefening of ingeving ook was. Nooit legde ze de verantwoordelijkheid buiten zichzelf. Ze ging alles aan. Hoe moedig en sterk ben je als je zo eerlijk, open en kwetsbaar durft te zijn? Een inspirerend voorbeeld! Maar zo zag ze zichzelf helemaal niet.

De witte Aboriginal leerde me iets belangrijks. Dat wil ik graag delen. Want de witte Aboriginal heeft een hart van goud, waarin er voor iedereen plaats is. Iedereen, behalve voor zichzelf. En daarmee is ze een spiegel voor mij, voor veel andere vrouwen, voor veel mensen zelfs. Want we meten maar al te vaak met twee maten: voor anderen staan we klaar, voor anderen hebben we lieve woorden paraat, voor anderen maken we tijd en ruimte vrij, voor anderen zijn er knuffels, voor anderen hebben we compassie en begrip.

Maar als we onszelf rot voelen, gefaald hebben of tegenslag ervaren? Wat doen we dan? Wat doe jij dan? Sta je dan klaar met open armen voor jezelf? Heb je dan lieve woorden paraat?  Geef je jezelf tijd, ruimte, compassie en begrip?

… eerlijk zeggen!

Ik heb er over nagedacht. Waarom is het voor mij en de witte Aboriginal en zoveel anderen zo lastig om jezelf onvoorwaardelijk lief te hebben? Ik weet het eigenlijk niet. Misschien zijn er wel 1.000 redenen. Het lijkt zo ingebakken in onze cultuur: jezelf opofferen, niemand tot last zijn en geen fouten mogen maken. Ook ligt er – in mijn geval tenminste – een angst om afgewezen en verlaten te worden onder: als ik mijn best maar doe voor een ander, dan word ik aardig gevonden en ben ik ‘safe’. Mezelf afwijzen lijkt geen gevaar op te leveren, want ik kan mezelf immers niet verlaten. In fysiek opzicht tenminste. De consequentie ervan is echter veel erger: we breken ons eigen hart.

Dat te zien bij de witte Aboriginal met het grote hart, raakte me diep. Dat gevoel van het niet waard zijn om lief gehad te worden, ligt opgeslagen diep in onze onderbuik. En het breekt niet alleen ons eigen hart, maar ook dat van de mensen om ons heen. Jezelf liefhebben, is geen egoïsme, is geen eigen geilerij, is geen route naar verwaandheid … Jezelf onvoorwaardelijk liefhebben is het beste middel om gebroken harten te lijmen. Het beste middel om vrede te stichten, in jezelf en in de wereld om je heen.

En misschien is het helemaal niet zo ingewikkeld. Hoeven we niet meteen en masse in psychotherapie – hoewel dat zeker heilzaam kan zijn – en ook geen diepgaande analyses te maken over wat er allemaal verkeerd is gegaan in onze jeugd – hoewel ook dat interessante inzichten op kan leveren. Misschien is het niet meer dan een besluit: “Ik heb mezelf onvoorwaardelijk lief” That’s it!

En dat je dan, elke keer als je wéér in die valkuil van gebrek aan eigenwaarde, zelfkritiek en -afwijzing stapt, een hand op je onderbuik legt en de andere op je hart. En dat je dan liefdevol je kritiek, afwijzing, perfectionisme, negatieve gedachten en onaardige woorden knuffelt. En zacht fluistert: “ik heb je onvoorwaardelijk lief.”

Zoals je bij je een kind zou doen.

Dank je wel, lieve witte Aboriginal. Je hebt me diep geraakt. Wat had ik het jouw ongeboren kindjes en jou gegund om samen te leven … het loopt anders. Toch weet ik zeker dat het leven het hier niet bij laat. Ik weet zeker dat er heel veel kindjes de weg naar jouw moederhart vinden en daar een thuis krijgen. Misschien wel in Australië … of gewoon in het kouwe kikkerland. Vergeet je niet je eigen hartenkamer in te richten?