Mama!

Een paar maanden geleden werd mijn moeder geïnterviewd voor een damesblad over hoe het is als je dochter geen kinderen heeft gekregen. Ik vond het moedig dat ze dit gesprek aanging. Het prachtige artikel dat de journaliste Nadine Ancher schreef was een confronterend geschenk. Tot mijn boek Baby in mijn hoofd verscheen, sprak ik met mijn moeder eigenlijk nooit over hoe het écht voor me was. Ik wilde mijn moeder niet belasten met mijn verdriet. Voor haar was het lezen van mijn boek dan ook behoorlijk heftig, het maakte veel tranen bij haar los.

Met dit artikel nam ze revanche! Want hoewel mijn kant van het verhaal inmiddels uitgebreid belicht is, hadden we haar kant tot nog toe niet echt besproken. Toen ik het interview las, moest ik heel hard huilen. Ik heb er nooit bij stil gestaan, dat ook zij enorm heeft geworsteld met haar gevoelens en haar relatie met mij in dit proces. Dat ze – ondanks de beperkte gesprekken over dit thema – heel goed aanvoelde wat er bij mij speelde. En dat ze me niet wilde belasten met haar verdriet. Tsja … toch een beetje zo moeder, zo dochter. 😉

Maar wat me het meeste raakte in haar verhaal was haar veerkracht, haar wil om niet bij de pakken neer te zitten en haar verlangen naar kleinkinderen op een andere manier vorm te geven in haar leven. En dat is haar gelukt. Ze heeft haar verdriet getransformeerd. Is geen zure kleinkinderloze oma geworden, maar een vrouw die ervan geniet haar liefde te geven aan de cadeau-kinderen in haar leven.

 

Je moet zelf de slingers ophangen

Corrie van der Valk (70) is getrouwd met Theo (70). Haar dochter Ellen (41) en haar partner Joost hebben geen kinderen.

“Het was een warme zomerdag en we zaten op een terrasje – met allemaal zwangere vrouwen en kinderen om ons heen – toen ik Ellen voorzichtig vroeg of zij en Joost weleens aan kinderen dachten. ‘Ja’, zei ze. ‘Het krijgen van kinderen houdt ons wel bezig’. Ik zag mezelf wel als oma; lekker tutten met de kinderen, pannenkoeken bakken, naar de speeltuin en logeren. Van die kleine, ongecompliceerde dingetjes doen. Het onderwerp was best beladen, want ik wilde mijn dochter niet belasten met mijn verlangen. Misschien doe ik haar pijn met mijn vragen, dacht ik.

Daarbij leek Ellen nogal gesloten over het onderwerp. We speelden een beetje verstoppertje voor elkaar, we wilden er allebei niet over beginnen. Ik wilde niet dat ze druk zou voelen of dat ze zich naar ons toe ‘verplicht’ voelde. Ik wilde dat ze haar eigen keuzes zou maken.

Pas toen we een jaar of acht geleden samen een weekendje met het hele gezin weg waren, vertelde ze tijdens een lange wandeling door het bos dat hun kinderwens toch wel zó groot was dat ze inmiddels voor een speciaal traject in het ziekenhuis waren beland. Na drie jaar – en herhaaldelijk de boodschap van de artsen dat een medische oorzaak ontbrak – was het hen niet gelukt zwanger te raken. Ik wist niet goed wat ik moest zeggen. Ik dacht wel ‘je bent nog geen 40, jouw tijd komt nog wel. Het komt allemaal goed, tegenwoordig kunnen ze zo veel’.

Ik heb wel gezegd ‘ik vind je even lief met of zonder kinderen’. Ik vond het erg moeilijk en verdrietig; voor mezelf, maar vooral voor haar. Ik ben katholiek opgevoed en ik heb me af en toe wel afgevraagd ‘God, waarom nou toch niet?’, ‘waarom is het hen niet gegund?’. Maar goed, het leven is niet altijd eerlijk.

Ik heb vrij veel gehuild – ik kan heel goed janken. Vooral als Joost mooie dingen zegt, maar ook tijdens het lezen van het boek dat Ellen schreef naar aanleiding van hun zoektocht had ik een doos tissues op mijn schoot. Haar verhaal op papier was echt een eyeopener, in de zin van ‘wat heeft ze een hoop meegemaakt’.

Op een feestje hoorde ik laatst van een bekende: ‘het valt me wel op dat je er nu zonder tranen over kunt praten’. Dat vond ik wel mooi want dat klopt. Ik heb me vaak zorgen gemaakt. Mijn man zegt altijd ‘kinderen krijg je te leen en je moet ze laten uitvliegen en op eigen benen laten staan’, maar volgens mij blijft een moeder altijd bezorgd, om elk kind.

Zeker tijdens het ziekenhuistraject dacht ik dikwijls ‘jeetje, meisje, trek je dit wel?’. Zo’n vraag stelde ik pas naderhand, toen we wat opener naar elkaar werden. Ik ben best open hoor, maar met je eigen dochter is het toch anders. Ik merkte wel dat ze soms verdrietig was, wanneer ze weer eens had gezien dat iemand ineens geen alcohol meer dronk. Haar verdriet raakte me want ik wilde haar graag gelukkig zien.

Soms kwam ze stralend binnen en in het begin dacht ik meestal meteen ‘o, nu komt ze me vast vertellen dat het gelukt is’. Maar nee…Ik voelde dan wel teleurstelling, maar ik besefte tegelijkertijd dat die kinderwens voor haar en Joost nog veel belangrijker was dan voor mij. De cadeautjes die stiekem in de kast had, vonden later een weg naar de kinderen van de kapster.

Het was echter niet zo dat Ellen mij altijd direct kwam vertellen dat het ‘weer mislukt’ was. Ik weet nog dat we samen naar de sauna waren nadat ze een terugplaatsing had gehad en weer ongesteld was geworden. Joost was er die dag niet en toen zocht ze troost bij een vriendin. Dat hoorde ik toevallig van de oma van haar vriendin. Ik kon alleen maar denken dat ik er voor haar had moeten zijn. Met terugwerkende kracht geloof ik ook dat Ellen mij er niet altijd zo nauw bij betrok omdat ze me geen verdriet wilde doen. Maar misschien vond ze het ook echt fijner om haar verdriet met een vriendin te delen.

Na zes IUI- en een IVF-behandeling werden Ellen en Joost gebeld dat het laatste embryo niet goed uit de vriezer gekomen was. Toen brak ze. ‘Nou mam’, vroeg ze, ‘moet het echt op zo’n manier?’ Haar houding was vervolgens heel krachtig; zo van ‘jongens, het is mooi geweest’.

In het begin zorgde mijn kleindochter Nora gelukkig voor afleiding bij mij, maar na drie jaar viel het contact met de kinderen van mijn zoon onverwachts weg vanwege onenigheid. Het doet heel veel pijn dat we niet van onze kleinkinderen kunnen genieten. Ons jongste kleinkind hebben we zelfs nooit ontmoet.

Ik moest echt een knop omzetten en zoiets kun je simpelweg niet van de ene op de andere dag. Het was een proces waarin mijn man en ik soms zowaar heibel kregen. Hij is heel nuchter terwijl ik doorgaans heel diep op dingen inzoom. Ik zoek de schuld steeds bij mezelf. Ik ben immers geen God, ik maak ook fouten. ‘Wat doe ik toch verkeerd?’ vraag ik me af. Ik ben wel een paar keer naar psycholoog geweest en zijn raad heb ik altijd onthouden: ‘zet na tien minuten praten over zo’n frustrerend onderwerp de radio op een andere zender’.

Oppaswerk bij een huisartsengezin met drie kleintjes zorgde voor een ommekeer in mijn leven. Tien jaar lang kon ik daar mijn liefde voor kinderen kwijt, mijn behoefte om te zorgen voor anderen. Ik bracht de kinderen naar school, lunchte met ze en in de vakanties gingen we kanovaren of een dagje naar het spoorwegmuseum. ‘Beschouw je oppaskinderen maar als je kleinkinderen’ bedacht ik al snel. Onze band wás ook heel hecht. De kinderen zijn inmiddels volwassen, maar met verjaardagen en ook met Kerstmis vragen ze nog steeds of we komen eten. Momenteel lees ik als vrijwilliger voor bij verschillende gezinnen. Daar kan ik heerlijk mijn ei kwijt.

Ik was niet altijd zo positief ingesteld, maar door alles wat we mee hebben gemaakt kijk ik nu wel anders naar de wereld. Ik zie veel mensen die zich druk maken over de inrichting van hun huis of een vakantie zus of zo in het buitenland. Dat doe ik niet meer. Ik kan intens genieten van oogcontact met een kind in de supermarkt of van dansende blaadjes in de bomen en de vogeltjes in de lucht. Dat heb ik eigenlijk van Ellen en Joost geleerd. Bij hen was er harmonie en veel humor. Zo belde Joost -onderweg naar het ziekenhuis voor een ivf-behandeling – bijvoorbeeld met de boodschap dat ze met een koffer vol eitjes in de auto zaten. ‘We zitten met zijn twaalven in de auto’ grapte hij dan.

Ik heb ondervonden dat je door open te zijn veel verder komt. Ik leef ook bewuster. Ik probeer het leven meer te accepteren zoals het is. Dat was wel een uitdaging, maar Ellen en Joost hebben me laten zien dat je een tegenslag kunt transformeren tot iets moois. Door een pijnlijke situatie te aanvaarden en om te zetten naar iets positiefs. Ze leven vanuit hun hart en ik ben ontzettend trots op hen.

Wij hebben dat echt moeten leren om open over een onvervulde kinderwens te zijn. Laatst liep ik een oud-collega tegen het lijf en ze vertelde me over het lege nest syndroom. ‘Nu is het wachten op oma worden’. Ik vroeg haar hoe haar kinderen hierover dachten en zei: ‘je weet hoe het bij ons is gegaan. Ik gun het je van harte maar het kan ook zijn dat het niet gebeurt’. Toen zag ik haar wel even nadenken.

De meeste mensen gaan er eigenlijk gewoon van uit dat ze zonder meer kleinkinderen krijgen. Uiteraard gebeurt dat ook heel vaak; vriendinnen komen geregeld met ontelbare foto’s en verhalen. Anderen laten hun foto’s juist bewust niet zien. ‘Cor, is dat voor jou niet moeilijk?’ vroegen twee goede vriendinnen. Natuurlijk heb ik heus wel moeilijke tijden gehad, maar steeds was er een medelevende en vreugdevolle stem die riep: ‘nee, kom op, vertel het me gewoon!’

‘Waarom mogen wij dat niet’ vraagt mijn man weleens hardop als hij een opa voorbij ziet rijden met een kinderzitje achterop de fiets. De pijn van het gemis is er wel, maar wanneer ik aan ‘mijn’ voorleesfamilies denk – die vaak in vluchtelingenkampen hebben gezeten – dan besef ik weer dat het nog veel erger had gekund.

Je kunt wel van alles willen en voor sommige dingen kun je vechten, maar zelfs dan is het niet zeker dat je uiteindelijk krijgt wat je wilt. Ook al denken we het vaak; het leven is heus niet maakbaar. Het zit vol ups én downs. ‘Na regen komt zonneschijn’ zeg ik altijd, ook tegen mijn kinderen, ‘en je moet zélf de slingers ophangen’.”

***

Het artikel is uiteindelijk niet gepubliceerd. Het damesblad was op zoek naar een vrouw, die vertelt hoezeer ze haar verwachtingen en oma-droom in duigen zag vallen en voor wie het verdriet allesbepalend in haar leven is. Vrij vertaald: ze waren op zoek naar drama en niet naar een krachtige moeder de leeuw, zoals die van mij!