Waarom doe ik wat ik doe?

“Come to the edge,” he said.

“We can’t, we’re afraid!” they responded.
“Come to the edge,” he said.
“We can’t, we will fall!” they responded.
“Come to the edge,” he said.
And so they came.
And he pushed them.
And they flew.”
 
― Guillaume Apollinaire ―

 

Waarom doe ik wat ik doe?

Een vraag die ik me afgelopen maanden regelmatig heb gesteld. Ja, ik doe wat mijn hart ten diepste wil. Ja, ik geloof dat ik met wat ik doe, bijdraag aan een mooiere wereld en help om het lijden van ons mensen te verminderen. Ja, ik geloof dat als het mijn tijd is om te gaan, ik voldaan terugkijk op de betekenis die ik aan mijn leven geef.

Maar soms is het moeilijk om dat grotere geheel van mijn leven en het waarom ervan te zien. Soms vullen de angstige gedachten mijn hoofd. En dan denk ik: ‘Wat doe ik mezelf toch steeds weer aan met al die onzekerheid en confrontaties?’ Dan denk ik: ‘Ik stop ermee! Ik ga solliciteren bij de plaatselijke Albert Heijn. Dan heb ik tenminste een vast inkomen. Dan kan ik gewoon op de automatische piloot. Dan is het allemaal overzichtelijk en weet ik waar ik aan toe ben.’ Soms lijkt me dat een fantastisch goed plan.

Maar ik doe het niet.

Want steeds is er dan weer dat stemmetje in mezelf, dat eigenwijs en vol beloftes fluistert: “Come to the edge!”

Wat is het toch dat ik dat stemmetje steeds weer volg, terwijl ik weet dat het me aan het wankelen brengt? Dat het me op allerlei fronten stress oplevert. Dat het angsten in me omhoog haalt. Dat het vaak betekent dat ik het dierbare vertrouwde los moet laten. Dat – als ik afwijk van het gangbare om mijn eigen ongebaande pad te vinden – ik me soms ongelofelijk eenzaam en een vreemde eend in de bijt voel. Dat het me pijnlijk dwingt om mijn belemmerende patronen, overtuigingen en denkbeelden te zien. Dat het soms gewoon totaal oncomfortabel is, zonder houvast of zekerheid.

Waarom doe ik dat toch, steeds weer naar dat randje lopen?

Past edges

Zo’n 6 jaar geleden stond ik duidelijk weer voor een edge, een rand. Mijn leven werd op dat moment beheerst door mijn onvervulde kinderwens. Al jaren probeerden mijn lief en ik zwanger te worden. Zonder enig succes. De kans dat ik ooit ons eigen kleine bundeltje liefde in mijn armen zou houden, leek kleiner dan ooit. Ik voelde me eenzaam tussen al mijn zwangere en moederende vriendinnen. De enige uitweg leek om vol voor mijn carrière te gaan, het succes zou de pijn rondom mijn kinderloosheid hopelijk verzachten. Maar als ik daaraan dacht, voelde ik alle energie uit mezelf wegstromen. Ik stond op een paar meter afstand van het randje en als ik erover heen keen, zag ik een groot zwart gat, dat toekomst heette …

“Come to the edge!” De innerlijke stem werd luider toen ik in dat jaar aan mijn yoga-opleiding bij Robert Boustany begon en steeds regelmatiger op mijn yogamatje zat. En was niet meer te negeren toen ik aan het einde van dat jaar bij mijn coach Floor Hilgers zat. “Come to the edge!” Ik overlegde met mijn lief. En ik liep naar de rand. Ik deed het deurtje van mijn corporate kooi open. De stem duwde: ik zegde mijn baan en zekerheid op en vloog een open, onbekende toekomst tegemoet. Dat was 6 jaar geleden. Misschien dacht ik toen nog dat het bij die ene edge zou blijven. Dat ik de rest van mijn leven over een geplaveid pad kon wandelen.

Life is about exploring the edges

Maar in die zes jaar kwam ik steeds weer nieuwe ‘edges’ tegen:

  • De medische edge: stoppen met vruchtbaarheidsbehandelingen en tegen alle logica in de natuur de vrije hand geven.
  • De financiële edge: stoppen met mijn freelance HR-werkzaamheden, die een veilige financiële buffer creëerden om me volledig te richten op schrijven en yoga.
  • De kwetsbaarheidsedge: ik publiceerde mijn openhartige, intieme verhaal in het boek ‘Baby in mijn hoofd’ en voelde me alsof ik naakt in de Kalverstraat liep.
  • De calimero edge: ik stapte over diepe onzekerheden over mijn kennis, kunde en toegevoegde waarde heen en schreef mijn tweede boek ‘Fertility Yoga & Lifestyle”.
  • De zweef edge: ik gaf me over aan mijn verlangen naar verdieping, spiritualiteit, de zoektocht naar mijn waarheid, naar mezelf. De diepere lagen van yoga, het Tibetaanse boeddhisme en sjamanisme kwamen op mijn pad en openen steeds opnieuw zonder scrupules mijn geest, mijn lichaam, mijn hart.

The edge is eigenlijk niet één edge. Er is steeds weer een volgende, en een volgende. Dat had ik 6 jaar geleden wel kunnen weten. Want ook daarvóór was er regelmatig dat stemmetje: eigenwijs, vol beloftes en nieuwsgierig. Dat fluisterstemmetje heeft er regelmatig voor gezorgd dat ik koos voor de onzekerheid, voor de irrationele optie, voor een ander pad dan het gebaande, voor het onbekende. Het stemmetje is van het kleine, wijze, dappere meisje in mij.

Ik zie voor me hoe ze – voor ze geboren ging worden – op het randje zat. Met haar rugzakje om keek ze naar het leven dat voor haar lag. Ze wist dat het niet altijd gemakkelijk zou zijn. Maar, daar zittend op de rand, voelde ze naast onzekerheid ook een immens vertrouwen en verlangen naar avontuur. Ze wist dat er op dat pad dat voor haar lag, steeds helpers zouden verschijnen als dat nodig was. Ze wist dat er – hoeveel fouten ze ook zou maken, hoeveel obstakels ze ook tegen zou komen, hoeveel edges er ook zouden komen – er altijd van haar gehouden zou worden. En ze wist dat haar innerlijke stem haar altijd weer naar huis zou begeleiden, ook ze de weg kwijt zou raken.

Ze werd geduwd.

En ze vloog.

Op naar de volgende edge.

Tegenstrijdig verlangen naar de edges én het geplaveide pad

Tony Robins zegt dat ieder mens gedreven wordt door 6 levensbehoeften. Vanwege deze 6 behoeften doen we wat we doen. De eerste 4 zijn individueel/persoonlijk: zekerheid, afwisseling, betekenis en liefde/connectie. De andere 2 zijn spiritueel: groei en bijdragen, behoeften van de ziel. Het vervullen van de eerste 4 geeft tijdelijke voldoening, het vervullen van de laatste 2 geeft werkelijke voldoening.

De innerlijke strijd die ik van binnen ervaar is de strijd tussen de mijn persoonlijke en spirituele behoeften. Ik geloof dat we uiteindelijk allemaal ten diepst verlangen naar het vervullen van onze spirituele behoeften. We willen allemaal groeien en bijdragen aan een mooiere wereld. Dat is misschien wel de reden dat we hier überhaupt zijn. Maar tegelijkertijd zijn we mens en hebben we onze persoonlijke, menselijke behoeften. Voor mij betekent dat, dat mijn menselijke behoefte aan zekerheid strijdig lijkt met mijn behoefte om te groeien.

Waarom ik doe wat ik doe?

Omdat ik wil groeien als mens en ziel, omdat ik wil meehelpen de wereld een beetje mooier te maken, omdat ik steeds meer besef dat we als mens lijden, omdat we die spirituele behoeften onvoldoende (h)erkennen en die menselijke behoeften onvoldoende begrijpen en doorzien.

Omdat ik denk, voel, diep van binnen weet dat mijn kwaliteit erin ligt om anderen te helpen naar binnen te keren, onze spirituele behoeften te (h)erkennen en daar meer ruimte en betekenis aan te geven in ons dagelijkse bestaan. En om daarnaast liefdevol te zijn voor onze menselijke aard en behoeften.

Ik kan dat alleen doen door zelf steeds weer naar binnen te keren en die strijd in mezelf te erkennen, onderzoeken en te verzoenen. Door te luisteren naar het ‘Come to the edge’-stemmetje, maar ook door mezelf tijd te geven om even stil te zitten op het randje. Me bewust te worden van mijn angsten, mijn twijfels, mijn neiging om aan het oude vast te houden. Door daar bewust van te zijn, geef ik ruimte aan mijn behoefte aan veiligheid. En vaak is dat genoeg. Want zodra ik mijn menselijke behoefte aan veiligheid erken, hoeft-ie niet meer om aandacht te schreeuwen in de vorm van angst. Dan mag-ie er gewoon zijn en bij me blijven, als ik door mijn spirituele behoefte van het randje wordt geduwd.

En dan vliegen we, samen.