onzekerheid bij kinderwens

Waarom ‘niet weten’ zo moeilijk is …

Eén van de moeilijkste thema’s als je te maken hebt met vruchtbaarheidsproblemen is de onzekerheid over de vervulling van je grote wens. Als je maar zou weten dat het gaat lukken, dan zou het misschien helemaal niet zo erg zijn dat je wat langer moet wachten. Als je zou weten dat het komt, dan zou je niet iedere maand die dwangmatige cyclus van hoop en teleurstelling doorlopen. En als je zou weten dat het niet komt, zou je waarschijnlijk – na een periode van rouw – aan de slag gaan met plan B, je andere wensen en dromen.

Maar dat ‘niet weten’ maakt je gek.
Dat ‘niet weten’ berooft je van je rust.
Dat ‘niet weten’ slaat je lam.

Hoe komt het toch dat we zo’n moeite hebben met ‘niet weten’? Waar komt die drang om de oorzaak en de afloop te willen weten toch vandaan? Wat ligt daaronder? Ook al kan ik inmiddels vrij goed leven met het ‘niet weten’ – ik heb er immers jaren op geoefend – had ik geen pasklaar antwoord op deze vragen. Wel kwam er een herinnering naar boven.

Toen ik een jaar of zeven was, kon ik op zondagavond vaak niet slapen. Zeker niet als mijn ouders visite hadden. Huilend kwam ik dan de trap af om te zeggen dat ik niet kon slapen als ze hard praatten en lachten. Terwijl mijn moeder mijn tranen droogde, suste ze dat het toch niet zo erg was als ik niet meteen kon slapen. “Wel waar!”, riep ik dan in paniek, “want dan weet ik morgen op school niets meer.” Als klein meisje had ik dus al moeite met ‘niet weten’.

Aha, de bron ligt dus in mijn jeugd. Het is de schuld van de visite. Grapje!

Ook in de worsteling met onze onvervulde kinderwens vond ik dat ‘niet weten’ heel moeilijk. De diagnose ‘onbegrepen subfertiliteit’ wakkerde het vuur in me aan om alles te willen weten. Ik las er meters boeken over en bezocht iedere website over vruchtbaarheid die ik kon vinden. Jarenlang was ik druk met het begrijpen van de oorzaken en het vinden van de oplossing. Die laatste kwam maar niet. Hoeveel ik inmiddels ook wist.

Dat kleine, bezorgde meisje gaf me inzicht over het waarom van ‘willen weten’. Ik had op zo’n zondagavond eigenlijk maar één angstige gedachte: dat ik de volgende dag in de klas zou worden uitgelachen en terecht gewezen, omdat ik geen enkel antwoord wist. Eigenlijk was het dus niet eens het ‘niet weten’ zelf. Het was angst, in dit geval faalangst. En dat gold natuurlijk ook voor de worsteling met onze kinderwens. Onder die zoektocht naar kennis, naar oorzaken, naar weten lag – naast nieuwsgierigheid – diepe angst. Angst om er niet meer bij te horen. Angst voor eenzaamheid. Angst dat mijn man een vrouw zou zoeken, die hem wel een kindje kon geven. Angst om voor eeuwig verdrietig te zijn. Kennis gaf me het gevoel dat ik controle kreeg over de uitkomst van ons babyproject, waarmee ik die angst kon onderdrukken.

Het probleem is dat je nooit alles kunt weten. Volgens mijn Tibetaanse leraar Tulku Lobsang is dat onmogelijk vanwege onze beperkte hersencapaciteit. Een ander probleem is dat – ook als je wel zou weten dat het op een dag gaat lukken – er binnen no-time weer 1.000 nieuwe ‘niet wetens’ in je opkomen. Dat hoor ik in ieder geval van alle vrouwen uit mijn lessen die zwanger raken.

Goed. ‘Niet weten’ is dus eigenlijk een gegeven. Maar hoe kun je daar dan op een andere manier mee omgaan? Probeer het eens met deze oefening!

Stap 1 – accepteren dat je nooit alles zult weten

Dat kan heel simpel door gewoon even stil te gaan zitten met je ogen dicht en toe te geven dat je nog niet weet hoe deze situatie af gaat lopen. Vertel jezelf – net als mijn moeder destijds – dat het oké is dat je ‘het niet weet’.

Stap 2 – stilstaan bij je angsten

Deze stap volgt meestal meteen vanzelf, want er komen gedachten en gevoelens in je op die dat ‘het-is-oké’ gaan bestrijden. Laat die gedachten toe. Geef ze alle ruimte. Hoe meer je ze namelijk onderdrukt, hoe harder ze hun best doen om je aandacht te trekken. Stel ze voor als personen die allemaal graag even gehoord willen worden. En zie jezelf daar tussen staan met een neutraal luisterend oor. Notuleer hun antwoorden eventueel op papier.

Stap 3 – je lichaam en ademhaling voelen

Als je alle gedachten oprechte aandacht hebt gegeven is het goed genoeg. Als je merkt dat ze in herhaling vallen, fluister je dat je ze hebt gehoord en dat ze best nog even mogen napruttelen. Langzaam maar zeker breng je je aandacht naar je lichaam en je ademhaling. Adem nu een paar keer rustig in en uit en voel de ademhaling in je lichaam.

Stap 4 – hervind je vertrouwen

Door NU de dingen te gaan doen, die je zou willen doen als je niet werd afgeleid door de onzekerheid van dit proces. Wat zou je doen als je wist dat het je niet gegeven is? Wat zou je doen als je wist dat je nog een tijdje moet wachten, maar dat het uiteindelijk wel komt? Welke dromen staan in de schaduw van jouw onvervulde kinderwens te wachten? Hervind je vertrouwen door te denken aan situaties in je verleden, waarin je ook niet wist hoe het zou lopen en waarin alles uiteindelijk op – soms verrassende – pootjes terecht kwam. Door je ervan bewust te zijn, dat je het allermoeilijkste in dit leven al achter de rug hebt : zelf geboren worden (als we het dan toch over ‘niet weten’ hebben, dan was dat de masterclass … en daar ben je met vlag en wimpel voor geslaagd).

Tenslotte een prachtige quote van Pema Chödrön over de schoonheid van ‘niet weten’:

Ruimte laten voor niet weten, is het belangrijkste dat er is.

Als er een grote teleurstelling is, weten we niet of dat het einde is van het verhaal.

Het kan ook het begin zijn van een groot avontuur.